<%@LANGUAGE="VBSCRIPT" CODEPAGE="1252"%> Rekenen en uw school
 
 

 

Rekenen

Actueel

Informatieve ouderavonden
Op ouderavonden geven adviseurs van Expertis steeds vaker inhoudelijke informatie aan ouders. Vooral over het taal- en leesonderwijs, samen met de leerkrachten. Een van de ouders in Overdinkel: “Je krijgt een duidelijk en heel leuk gepresenteerd beeld hoe je kind leert lezen.” Lees verder...

Leerlingen geven hun rekenonderwijs een 7
Leerlingen kunnen helder aangeven waaruit een goede rekenles bestaat, leerkrachten vinden het lastig om te differentiëren naar niveau. Dat zijn twee conclusies uit het onderzoek Beeld van ons reken-onderwijs. Adviseur Marianne Espeldoorn publiceerde onlangs met haar vakgenote de onderzoeks-resultaten. Lees verder >>

De rol van de leerkracht in het rekenonderwijs
Veel scholen zijn dit schooljaar aan de slag gegaan met hun rekenonderwijs. Ze willen beter rekenonderwijs en zo tegelijk met het taalonderwijs werken aan een stevige basis voor hun leerlingen. Uit het onderzoek van KNAW naar rekendidactieken, blijkt wederom dat de rol van de leerkracht erg belangrijk is in een rekenles.  De directrice van CBS de Eltheto in Vriezenveen, mevrouw Greta Knol,  heeft Expertis gevraagd de rol van de leerkracht dan ook centraal te stellen in hun rekenverbetertraject. Lees verder >>

Veel animo voor beter Rekenonderwijs
Begeleidingsvragen bij effectief rekenonderwijs buitelen over elkaar heen bij Expertis. Gespecialiseerde adviseurs praten met teams, gaan de klassen in en organiseren studiedagen. Tot in Zeewolde toe. Want Expertis werkt steeds meer landelijk.Binnen Expertis neemt het aantal ondersteuningsvragen vanuit scholen betreffende effectief rekenonderwijs enorm toe. Rekenspecialist Gert Gelderblom, Yvonne Zwart en de nieuwe adviseurs Marlin Nijhof en Marianne Espeldoorn bieden de begeleiding Lees verder >>



Kansrijk rekenonderwijs op basisschool Nieuwoord Vroomshoop
Basisschool Nieuwoord gooide een jaar geleden het roer om bij het rekenonderwijs. Ondersteund door Expertis startte een rekenproject om de leerresultaten te verhogen. Scheidend directeur Henk Masselink: “Dit is een goede basis voor de aanpak van rekenproblemen.” In zijn 41-jarige carrière in het onderwijs heeft Henk Masselink veel manieren om rekenen te leren langs zien komen. “In het begin was er strak klassikaal rekenonderwijs, het zogenaamde koopmansrekenen,” vertelt hij. Lees verder >>


Rekenspecialist Gert Gelderblom start werkzaamheden
Vanaf maart 2009 is rekenspecialist Gert Gelderblom in dienst bij Expertis. Hij begeleidt scholen die hun rekenonderwijs aantoonbaar willen verbeteren. Gert adviseert scholen op het terrein van effectief rekenonderwijs, preventie van rekenproblemen, dyscalculie en automatiseringsdidactiek. Daarnaast is hij deskundig op het terrein van onderwijskundig leiderschap en schoolontwikkeling. Lees verder >>

Project Speciaal Rekenen
Er is geen rekenwiskundemethode specifiek voor SBO-scholen gemaakt. Daar moet men dus met een van de zes methoden werken die voor het basisonderwijs zijn gemaakt. De projectgroep Speciaal Rekenen maakt producten waarmee rekenmethoden in het speciaal basisonderwijs beter bruikbaar zijn. Aanvankelijk heeft de werkgroep zich georiënteerd op de methoden die toen vooral in het SBO in gebruik waren: Wis en Reken, Wereld in Getallen en Pluspunt. Lees verder >>


Omgaan met verschillen: adaptief onderwijs
Adaptief onderwijs vraagt niet alleen om een goed klassenmanagement, er moeten ook goede leermiddelen beschikbaar zijn. In de nieuwe rekenmethoden is daar doorgaans veel aandacht aan besteed. Er is althans een duidelijke verbetering merkbaar ten opzichte van de vorige generatie methoden. Niettemin blijft er behoefte aan aanvulling. Lees verder >>

 

Algemeen

Rekenen op de basisschool

Op vrijwel alle scholen voor primair onderwijs rekenen kinderen nu met behulp van een realistische rekenwiskundemethode. Natuurlijk heeft de invoering van de euro in belangrijke mate daartoe bijgedragen. Daarnaast is er geen traditionele – mechanistische – rekenmethode gemaakt in een euroversie. Met andere woorden: de scholen móeten nu wel met een realistische methode het rekenonderwijs aanbieden.

De zes nu beschikbare euromethoden zijn:

  • Pluspunt (2 e versie), Malmberg, 2000
  • De Wereld in Getallen (3 e versie), Malmberg, 2001
  • Rekenrijk (euroversie), Wolters-Noordhoff, 2000
  • Wis en Reken (euroversie), Bekadidact, 2001
  • Alles Telt, Thieme-Meulenhoff, 2002
  • Talrijk, Zwijsen, 1996 (+ euroversie)
  • Gelet op het verschijningsjaar én gezien de gebruikstermijn van rekenmethoden, kunnen we vanaf 2006/2007 signalen verwachten dat nieuwe methoden in aantocht zijn.

Ervaringen met de nieuwe methoden

Bij het invoeren van de nieuwe methode biedt Expertis ondersteuning in de vorm van team- of bouwbesprekingen, maar ook via het bezoeken en nabespreken van rekenlessen.

Over het algemeen werken zowel de leerkrachten als de kinderen enthousiast met de nieuwe methoden. Ook de resultaten zijn zonder meer goed te noemen. Vaak wordt gemeld dat de kinderen beter scoren op de Cito-toetsen. Ook in scholen voor speciaal basisonderwijs raakt men overtuigd van de positieve effecten die men ziet door het werken met een realistische methode.

Natuurlijk zijn er ook kritische kanttekeningen te plaatsen bij de realistische didactiek en methodiek. We noemen er vier.

De beheersing van de tafels van vermenigvuldiging wordt niet meer aan het eind van groep 4 verlangd, maar pas halverwege groep 5. Dit heeft te maken met het opschuiven van de start van de cijferleergang van begin groep 5 naar eind groep 5. De realistische didactiek is optimistisch over de werking van de inzichtelijke opbouw van de tafelleergang. Voor veel kinderen blijkt dat té optimistisch. Deze kinderen hebben veel meer oefening van de tafels nodig om tot een redelijke tot goede beheersing te komen. In de loop van groep 4 en in groep 5 moet daarom meer oefenstof worden aangeboden, bijvoorbeeld tijdens de startmomenten van een rekenles. In de methoden is meestal snel te herkennen, wanneer de inzichtelijke aanbieding achter de rug is en een intensievere inoefening kan beginnen.

De niet-rekentaken (zoals meten, meetkunde, tijd) leiden soms niet tot de gewenste resultaten. Dit is een oud probleem. Wanneer ongeveer één les per week aan die onderwerpen wordt besteed, valt niet eenzelfde leereffect te verwachten als bij de behandeling van de hoofdbewerkingen. Een verschil met vroeger is wel, dat nu hogere verwachtingen worden gesteld aan de kennis van deze niet-rekentaken; zie onder andere de ruimere plaats ervan in de CITO-toetsen. Dit dilemma wordt het sterkste gevoeld bij het klokkijken. Het is dan ook goed om, met name in (eind) groep 3 en in groep 4, meer tijd te besteden aan de inoefening van deze vaardigheid. Dit kan vaak buiten de rekenlessen om.

De nadruk op het hoofdrekenen gaat ten koste van de aandacht voor het cijferen. Het voornaamste motief voor deze keuze is: als de opgave een beetje moeilijk wordt, gebruikt de mens tegenwoordig al snel de zakrekenmachine. Over het algemeen wordt deze keuze gewaardeerd. Je houdt veel tijd over, wanneer je niet al die moeilijke cijfersommen hoeft uit te leggen en te laten maken. Moeilijkheden kunnen ontstaan bij de overstap van hoofdreken- naar cijferstrategieën. In enkele methoden staan soms tussenstappen, die niet altijd logisch zijn. Van de leerkracht wordt dan verwacht dat hij dit proces kritisch volgt.

Dit brengt ons bij een laatste kanttekening. Bij het aanleren van een somtype wordt het gebruik van meer strategieën bevorderd. Bij voorkeur worden kinderen uitgenodigd tot het inbrengen van oplossingsmanieren. Daarnaast biedt de methode zelf ook verschillende oplossingsstrategieën. Dit is een goede aanpak. Kinderen, met name zwakke rekenaars, worstelen vaak met de ingewikkelde materie en zijn dan blij als ze ergens houvast ervaren. Het aanbieden van één vaste oplossingsstrategie leidt bij die kinderen soms tot onzekerheid, waarna ze weer terugvallen op hun eigen manier van denken. Het openstaan voor variatie is dan een goede zaak. Ook hier zit echter weer een ‘maar’ aan. Soms hebben (meestal zeer zwakke) rekenaars helemaal geen strategie voorhanden of is er alleen maar ‘chaos’ in het hoofd. Dan kan het goed zijn om met het kind een strategie te kiezen, waarmee het tot succeservaringen kan komen

Onze medewerker


Dea Knol

Gert Gelderblom

Marlin Nijhof

Marianne Espeldoorn