dec
6

Alle vingers uit de lucht

 Niet gecategoriseerd


"Wie weet hoeveel negen keer zeven is?” vraag ik aan de kinderen in mijn groep 5. Victor en Chantal slaken een kreet van opwinding en springen op van hun plaats. Hun vingers priemen in de lucht terwijl ze me verwachtingsvol aankijken. Ook een paar andere kinderen steken hun vinger op. Soeraja en Charlotte houden zich gedeisd en weten zich vrijwel onzichtbaar te maken. Het is enorm verleidelijk om Victor de beurt te geven, want er is niets fijner dan als leerkracht bevestigd te worden dat je de kinderen veel hebt geleerd. Ook houdt het zo lekker de vaart in je les. In veel schoolklassen krijgen de Victorren en Chantallen dan ook vaker een beurt dan de leerlingen die zich zo goed onzichtbaar weten te maken op dit soort momenten.

Maar eigenlijk is dit een vreemde situatie, een onwenselijk ingeslepen gewoonte. Juist de kinderen die moeite hebben met de tafels zouden vaker de beurt moeten krijgen. De leerkracht zou hen kunnen helpen door een hulpsom te geven, waarvan deze kinderen het antwoord wel weten: tien keer zeven is . . . en negen keer zeven is dus zeven minder. Ook zou je als leerkracht een goede leerling het antwoord kunnen laten geven en daarna een zwakkere leerling dit kunnen laten herhalen. Om dit niet te opvallend te doen, kan je tussendoor eerst nog een andere tafelsom vragen.

Natuurlijk kan je ook nog differentiëren in je instructie en inoefening door moeilijke sommen te vragen aan de sterke leerlingen en meer eenvoudige sommen aan de zwakkere. Victor moet 13 x 4 oplossen en Soeraja 3 x 4. Door dit als leerkracht slim aan te pakken, kunnen de zwakkere leerlingen profiteren van de sterkere.

"Soeraja, kan jij me vertellen hoeveel zes keer tien is?” Dit is voor alle andere kinderen in mijn klas het teken om iets anders te gaan doen. Sommige kijken uit het raam en andere besluiten om in hun la te rommelen. Deze manier van beurten geven heeft duidelijk een verlammend effect op de kinderen die geen beurt hebben.
Hoe betrek je nou alle kinderen bij je instructie? Door te zorgen dat je als leerkracht niet voorspelbaar bent met betrekking tot het geven van beurten. Stel eerst de vraag en laat alle kinderen nadenken. Geen vingers in de lucht, want iedereen kan de beurt krijgen en moet dan direct het antwoord zeggen.

Wees je er als leerkracht van bewust dat je sommige kinderen vaker de beurt geeft dan andere. Ongemerkt geef je deze namelijk vaker aan kinderen die in je blikveld zitten of die je gewoon leuker vindt dan andere. Ook kinderen die goede antwoorden geven en veel weten, krijgen vaker de kans om te antwoorden. Het effect is dat zij steeds beter worden en de andere kinderen steeds verder achterop raken.
Bedenk een manier om willekeurig beurten te geven in je klas. Bijvoorbeeld door alle namen op een lijst te zetten en willekeurig hiervan een naam te kiezen. Het turven van het aantal gegeven beurten kan hierbij een handig hulpmiddel zijn.

Alle vingers uit de lucht en alle kinderen bij de les.

Marcel Schmeier

 
Hoe beoordeelt u deze pagina?

1 2 3 4 5
Matig Heel goed

Beoordeling:
1 2 3 4 5
 21 bezoekers hebben deze pagina beoordeeld

Een reactie plaatsen

:
 

: (optioneel)


: (optioneel)
  :
 



 
Abonneren
Rss 
Archief