mei
20

Goede instructie of een tegenvallend jongensbrein?

 Algemeen


Bijna 25 jaar geleden kwam uit het onderzoek voor mijn proefschrift naar voren, dat in het voortgezet onderwijs meisjes het beter deden dan jongens. Dat gegeven kreeg toen weinig aandacht, omdat we eigenlijk nog te maken hadden met een onderwijsklimaat dat verschillen tussen jongens en meisjes vooral aan de opvoeding toeschreef. Jongens zouden veel prestatiegerichter opgevoed worden dan meisjes. Dat leefde toen sterk en daardoor kreeg mijn onderzoeksbevinding ook geen aandacht. In de Angelsaksische wereld kreeg het minder goed presteren van jongens in het onderwijs met name in de periode 1995 – 2000 de nodige aandacht. De afnemende resultaten van jongens in het onderwijs werden in die landen vooral toegeschreven aan de feminisering van het lerarencorps. Vrouwelijke leerkrachten zouden o.a. geen goede rolmodellen voor jongens zijn. Deze discussie is grotendeels aan Nederland voorbij gegaan. In Nederland is men na 2000 op het spoor gaan zitten van: de hersenen van jongens vormen de verklaring voor de tegenvallende resultaten van jongens. Ik heb dat per ongeluk al een keer het nieuwe externe attribueren genoemd! De tegenvallende resultaten zijn niet de schuld van de school, maar van de tegenvallende jongensbreinen.

Elke zich zelf respecterende Nederlandse universiteit doet wel iets aan hersenonderzoek. Het onderzoek naar de nog niet optimaal functionerende jongenshersenen is zowel in als buiten het onderwijs erg populair als verklaring voor de afnemende jongensresultaten. Een populariteit die te maken heeft met een geruststellende opstelling vanuit de wetenschap dat het later – even geduld hebben – wel goed komt met onze jongens; bovendien laat dergelijk hersenonderzoek de kwaliteit van het onderwijs buiten beschouwing en dat wordt door de onderwijswereld als prettig ervaren. Het is overigens wel opmerkelijk, dat juist in de Angelsaksische wereld de opkomst van hersenonderzoek gepaard gaat met de herwaardering van de instructie door de leerkracht. Met name jongens zouden goede leraren nodig hebben!

Kortom: naast het brein van leerlingen bestaat er ook instructie van leraren.

Kees Vernooy


puberbrein.pdf
(605.43 KB)
 
Hoe beoordeelt u deze pagina?

1 2 3 4 5
Matig Heel goed

Beoordeling:
1 2 3 4 5
 7 bezoekers hebben deze pagina beoordeeld

Hannes Minkema
Hannes Minkema
Ik ben blij dat Kees Vernooy het zogenaamde hersenonderzoek naar verschillen tussen jongens en meisjes niet beschouwt als richtinggevend principe voor ons onderwijs. Immers, de verschillen *binnen* de groep jongens (of meisjes) zijn vele malen groter dan het verschil *tussen* de jongens en de meisjes. Oftwel: dat Ankie het heel goed doet, ligt vooral aan Ankie, niet of nauwelijks aan het feit dat ze een meisje is. En over Herman valt helemaal niets te voorspellen op grond van het feit dat hij een jongen is.

Het onderwijs in de klas moet nu eenmaal *alle* leerlingen bedienen, slim of dom, jongetje of meisje, praktisch of theoretisch, allochtoon of autochtoon. Je kunt best verschillen tussen deelgroepen (willen) aanwijzen, maar de conclusie is en blijft: naast het brein van die kinderen bestaat er de instructie van leraren. Dat laatste, daar hangt voor elk kind de onderwijskwaliteit van af.
zaterdag 1 oktober 2011
Een reactie plaatsen

:
 

: (optioneel)


: (optioneel)
  :
 



 
Abonneren
Rss 
Archief